maandag 1 februari 2010

Preventie van osteoporose en voeding.

Preventie van osteoporose en voeding.

Niettegenstaande de toediening van calcium en vitamine D algemeen aangenomen wordt als belangrijk bij het voorkomen van osteoporose, blijkt uit deze studie dat bepaalde voedingmiddelen en voedingsstoffen een zeer belangrijke rol spelen bij de voorkoming van osteoporose.
De resultaten van onderzoekingen van suppletie met calcium en vitamine D in verband met osteoporose lijken strijdig en daarbij werd eveneens gesuggereerd dat heb verband tussen deze twee inadequaat is.
Daartegenover wordt het gebruik van zuivelproducten, fruit en groenten aangegeven als belangrijke producten voor de bescherming van de gezondheid van het beenweefsel.
Van verschillende voedingsstoffen zoals: magnesium, kalium, vitamine C, vitamine K, verschillende vitamines B en carotenoïden werd aangetoond dat ze belangrijker zijn dan vroeger werd aangenomen.
Het gebruik van eiwitten, waarvan eerder werd aangenomen dat ze een negatief effect zouden hebben op de gezondheid van het beenweefsel, blijkt een positief effect te hebben, en wel speciaal bij oudere personen.
Regelmatig gebruik van cola dranken heeft een negatief effect maar het gebruik van matige hoeveelheden alcohol blijkt dan weer een positief effect te hebben op de samenstelling van het beenweefsel en dit vooral bij oudere vrouwen (sic).
Recente studies tonen aan dat in verband met de gezondheid van het beenweefsel het gebruik van een uitgebalanceerd dieet rijk aan groenen, fruit en proteïne rijke producten aangeraden worden en dat voeding met lage nutritionele waarde dient afgeraden te worden.

bronnen: Curr Osteoporos Rep. 2009 Dec;7(4):111-7.(Osteoporosis prevention and nutrition.)

zondag 31 januari 2010

Effecten van orale omega-3 supplementie op de omega-6/omega-3 verhouding in het plasma van jonge volwassenen.


Effecten van orale omega-3 supplementie op de omega-6/omega-3 verhouding in het plasma van jonge volwassenen.

Uit epidemiologische studies blijkt dat de verhouding van de poly-onverzadigde vetzuren omega-6/omega-3 in het Westerse dieet enorm is toegenomen. De toename van deze verhouding wordt geassocieerd met de toename van chronische inflammatoire aandoeningen in de westerse wereld.
Een betere (lagere) verhouding omega-6/omega-3 is gelieerd met minder inflammatie.
Deze studie gaan na welk het effect is van orale suppletie met voedingssupplementen die EPA en DHA bevatten op de omega-6/omega-3 ratio in het serum bij jong volwassenen.
Aan 30 vrijwilligers werd op een grandomiseerde wijze ingedeeld. De ene groep ontving EPA (1,6 gram per dag) en DHA (1,2 gram per dag) de controle groep (placebogroep) ontving minerale olie (2,4 gram per dag).
Na 4 weken werd de ratio omega-6/omega-3 in het plasma van beide groepen bepaald.
Uit de resultaten blijkt dat de ratio omega-6/omega-3 in de groep die EPA en DHA toegediend kregen beduidend verlaagd was in vergelijking met de placebogroep.
Uit deze resultaten blijkt duidelijk dat de orale toediening van omega-3 vetzuren een significante invloed heeft op de verhouding omega-6/omega-3 ratio in het serum van de proefpersonen.


Bronnen: West J Nurs Res. 2009 Nov 14.(Effect of n-3 Oral Supplements on the n-6/n-3 Ratio in Young Adults.)

vrijdag 29 januari 2010

Betekenis van PUFA's voor de ontwikkeling en gedrag bij kinderen


Betekenis van polyonverzadigde vetzuren met lange keten (PUFA’s) voor de ontwikkeling en gedrag bij kinderen.

Omega-6 en omega-3 polyonverzadigde vetzuren spelen een centrale rol in de normale ontwikkeling en functioneren van de hersenen en het centrale nerveuze systeem.
EPA, DHA en arachidonzuur zijn betrokken bij een groot aantal neuronale processen gaande van effecten op de membraanfluïditeit tot en met de gen-expressie.
Tekorten of onevenwichten in de voeding, niet alleen tijdens de ontwikkeling van het individu, maar ook gedurende gans het leven, hebben een belangrijke betekenis voor de hersenfunctie.
Een groot aantal studies hebben een verband bloot gelegd tussen ontwikkelingsstoornissen tijdens de jeugd en een verstoorde verhouding van de omega-6/omega-3 ratio.
De ontwikkelingsstoornissen die hierbij in het licht worden gesteld zijn o.a. ADHD (Attention-Deficit Hyperactity disorder) , dyslexie, dyspraxie, en autisme spectrum. Deze aandoeningen worden dikwijls in verband gebracht met een relatief tekort aan omega-3 vetzuren en een teveel aan omega-6 vetzuren.
Het wordt steeds duidelijker dat het PUFA metabolisme verstoord is bij kinderen met ADHD.
PUFA onevenwichten worden aanzien als potentiële risicofactoren voor stoornissen van het nerveuze systeem.
De vraag stelt zich of bepaalde individuen meer PUFA’s in welbepaalde verhouding nodig hebben dan anderen voor een gunstige ontwikkeling van het nerveuze systeem.
Verschillende gecondoleerde studies hebben gunstige klinische effecten aangetoond van LC-PUFA’s bij kinderen en adolescenten in verband met deze aandoeningen.

bronnen:Eur J Pediatr. 2010 Feb;169(2):149-64. Epub 2009 Aug 12.(Significance of long-chain polyunsaturated fatty acids (PUFAs) for the development and behaviour of children.)

woensdag 27 januari 2010

Ziekte van Alzheimer en de nutritionele selenium status


Ziekte van Alzheimer en de nutritionele selenium status

Uit meerdere studies blijkt dat bij heel wat leeftijdsgebonden degeneratieve ziekten er een verlaging is van verschillende anti-oxidanten en bijgevolg zou oxidatieve stress een centrale rol spelen in de pathogenese van menige aandoeningen die verband houden met neuronale degeneratie zoals o.a. de ziekte van Alzheimer.
Deze studie gaat na welk de nutritionele Se status is bij Alzheimer patiënten in vergelijking met een controlegroep met normale cognitieve functie.
De twee groepen die werden onderzocht zijn de volgende:
28 patiënten met de ziekte van Alzheimer en een controlegroep van 29 personen met normale cognitieve functie, de leeftijd van beide groepen varieerde tussen 60 en 89 jaar.
De selenium intake werd bepaald aan de hand van een analyse van de voeding die de proefpersonen tot zich namen.
De selenium status van de proefpersonen werd nagegaan aan de hand van bepaling van de hoeveelheid selenium die aangetroffen werd in plasma, rode bloedcellen en de nagels.
Bij de Alzheimer patiënten werd een duidelijk mindere aanwezigheid van selenium aangetroffen in vergelijking met de personen van de controle groep in alle drie de weefsels die werden onderzocht.
Deze resultaten laten ons toe te veronderstellen dat er een mogelijks belangrijk verband bestaat tussen de ziekte van Alzheimer en een tekort aan selenium in de voeding.
Er dient hierbij opgemerkt te worden dat selenium op zichzelf geen anti-oxidant is maar wel een cofactor bij de vorming van gluthation. Gluthation is het belangrijkste intracellulair anti-oxidant.

bronnen: Br J Nutr. 2009 Dec 1:1-4. (Nutritional status of selenium in Alzheimer's disease patients.)

maandag 25 januari 2010

Vetzuur supplementen en cystische fibrose


Vetzuur supplementen verbeteren de repiratoire, inflammatoire en nutritionele parameters bij volwassenen met cystische fibrose.

Chronische ontsteking speelt een belangrijke rol bij de longaantasting bij patiënten met cystische fibrose. Klassieke anti-inflammatoire therapie geeft goede resultaten bij deze longproblemen. Er wordt algemeen aangenomen dat het gebruik van onverzadigde vetzuren met lange keten een invloed heeft op de inflammatoire toestand van de patiënt.
Deze studie wil nagaan welk de invloed is van de toediening (gedurende een jaar) van een dagelijks lage dosis van een mengsel van vetzuren (324 mg EPA, 216 mg DHA en 258 mg gammalinoleenzuur) op de chronische ontsteking, de pulmonaire status, de kwaliteit van het leven (St George’s Qol) en de antropomorfe parameters bij volwassen patiënten met cystische fibrose.
De paramaters die werden onderzocht zijn de volgende:
1. ontstekingmerkers : TNF alfa, IgG, IgM en anti stoffen tegen geoxideerd LDL.
2. spirometrische parameters, aantal exacerbaties en ernst van de longaandoeningen, het antibiotica gebruik.
3. vetzuur samenstelling van de fosfolipiden in het serum
4. levenskwaliteit aan de hand van de St George’s Qol
5. antropomorfe parameters: vetvrije massa en spiersterkte
Na een jaar inname van bovengenoemd mengsel van onverzadigde vetzuren met lange keten zag men een duidelijke verandering in de onderzochte parameters.
1. ontstekingmerkers: TNF alfa, IgG, IgM en anti stoffen tegen geoxideerd LDL daalden significant
2. de spirometische parameters verbeterden significant
3. het jaarlijks aantal longexacerbaties en de consumptie van anti-biotica daalde significant
4. de status van de onverzadigde vetzuren met lange keten en de verhoudingen tussen de verschillende onverzadigde vetzuren verbeterde significant.
5. De St George’s Qol verbeterde niet.
6. De vetvrije massa (overeenkomende met de spiermassa) van de patiënt en de spiersterkte verbeterde significant.
Besluit: een mengsel van onverzadigde vetzuren (van het type omega 6 en omega 3 in een welbepaalde verhouding) kunnen een invloed hebben op pulmoniare, inflammatoire en antropomorfe parameters van volwassen patiënten met cystische fibrose.

bronnen:Arch Bronconeumol. 2009 Dec 30. [Epub ahead of print]
[Fatty Acid Supplements Improve Respiratory, Inflammatory and Nutritional Parameters in Adults with Cystic Fibrosis.]

zondag 20 december 2009

Probiotica en het immuunsysteem


In onze darm huizen een enorm aantal bacteriën het aantal is groter dan ons lichaam cellen telt.

Deze darmflora is in continu contact met het darmepitheel. Algemeen wordt aangenomen dat dit innig contact een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling en aansturing van het immuunsysteem. Een gevolg hiervan is het ontstaan van immuuntolerantie voor een hele reeks voedingsmiddelen en eveneens voor niet-pathogene bacteriën.

Deze studie gaat na of de inname van probiotica aantoonbare effecten heeft op cellulaire processen in de darm. De relatie tussen het immuunsysteem en deze processen werd eveneens onderzocht.

De studie betreft een gerandomiseerde, dubbelblind, placebogecontroleerde, cross-over studie.

Acht gezonde vrijwilligers tussen 24 en 28 jaar werden gevolgd. De bacterie die werd gebruikt is Lactobacillus casei plantarum in een oplossing van maltodextrine, de placebogroep kreeg enkel maltodextrine toegediend. Na 6 uur werden 4 à 5 biopten van het duodenum genomen.

Doormiddel van genexpressie analyse was men in staat directe effecten van probiotica in de cellen van het darmepitheel aan te tonen. Men ontdekte dat bepaalde genen in de darmepitheelcellen werden geactiveerd naar gelang de ontwikkelingstoestand (groei- of stationaire fase) van Lactobacillus casei plantarum. (Het leven van een bacterie verloopt in verschillende fasen. De “jonge” bacterie zal eerst groeien om tot “volwassenheid” te komen deze fase wordt de groeifase genoemd. Nadien blijft de bacterie gedurende een bepaalde tijd “onveranderd” deze fase wordt de stationaire fase genoemd. Na deze “volwassen” fase zal de bacterie dan opnieuw gaan groeien om zich na zekere tijd opnieuw te splitsen). Bevindt de bacterie zich in de stationaire fase dan worden die genen in de darmepitheelcel “aangezet” , die betrokken zijn bij het inschakelen van de immuuntolerantie, is de bacterie in de groeifase dan worden die genen in de darmepitheelcel “aangezet” die betrekking hebben op celgroei, proliferatie en biogenese.

Een voorname, cruciale rol wordt gespeeld door de genen in de darmepitheelcel die verband houden met het NF-Kappa Beta complex. NF-Kappa Beta is een eiwitcomplex dat een invloed heeft en betrokken is bij de regulering van de immuunrespons tegen infectie.

In deze studie werd voor het eerst aangetoond dat bij de mens een mechanisme bestaat waarbij bepaalde probiotica het immuunsysteem kunnen beïnvloeden. Het werd ook duidelijk dat de fase waarin de bacteriën zich bevinden een cruciale rol speelt om een bepaald effect te veroorzaken.




Bron: Differential NF kappa Beta pathway introduction by Lactobacillus plantarum in the duodenum of healthy humans correlating with immuun tolerance.

van Baarlen P et al.

Proc. Natl. Acad. Sci. USA (2009) 106(7) 2371-6


Microflora en ouderdom


De samenstelling van de fecale microflora en de veranderingen die hierin optreden bij het ouder worden werd zelden onderzocht bij grote aantallen patiënten en vrijwilligers.

Deze studie doet een onderzoek omtrent dit gegeven. Er werden 34.348 stoelgangstalen onderzocht van personen tussen 18 en 96 jaar: 9564 mannen en 24.784 vrouwen.

De studie onderzoekt het aantal cfu (per gram stoelgang), de relatieve aanwezigheid van Bifidobacteriën, Bacteroïdes spp, Escherichia coli, Enterococcus spp, en Lactobacillus spp, met in acht name van leeftijd, geslacht en klinische gegevens.

De resultaten van deze studie zijn de volgende: het aantal cfu/g is stabiel en vertoont geen wijziging noch met de leeftijd noch met het geslacht.

E. coli en Enterococcus spp. nemen gestadig, constant en significant toe met de leeftijd.

Bacteroïdes spp. nemen af met de leeftijd. Lactobacillus spp. en Bifidobacteria zijn gedurende gans het leven stabiel.

Patiënten met gastrointestinale aandoeningen (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, irritable bowl syndroom …) vertoonden een enigszins afwijkende samenstelling van de darmflora.

Conventioneel microbiologisch onderzoek van de fecale microflora toonde aan dat zowel de specifieke bacteriële flora alsook het algemene patroon van de colonflora diepgaande wijzigingen ondergaat tijdens de leeftijd. De vraag is, is deze wijziging een gevolg van wijzigingen van de intestinale flora zelf, het mucosale immuunsysteem of een gevolg van een leeftijdsgebonden verandering van de voeding.


Z Gastroenterol. 2009 Jul;47(7):653-8.

The effects of ageing on the colonic bacterial microflora in adults

Enck P et al.